Nieuw rapport over eendenwelzijn bij productie foie gras

Nieuw rapport over eendenwelzijn bij productie foie gras

Cambridge University brengt effecten van dwangvoedering in kaart

Donderdag 3 december 2015 — GAIA-voorzitter Michel Vandenbosch en professor Donald M. Broom (Cambridge University) hebben vanmorgen een nieuwe wetenschappelijk rapport voorgesteld, in opdracht van GAIA, over de gevolgen van dwangvoedering op het eendenwelzijn. “De praktijk leidt tot een zeer gebrekkig welzijn bij de dieren”, aldus professor Broom. “Op basis van dit rapport pleit GAIA resoluter dan ooit voor een verbod op dwangvoedering”, onderstreept Michel Vandenbosch.

GAIA vroeg de prestigieuze Cambridge University in Groot-Brittannië om de effecten van dwangvoedering op het eendenwelzijn in kaart te brengen. Coauteur van de studie is doctor in de biologie Irene Rochlitz. Het onderzoek werd geleid door professor Donald Broom, één van de meest gerenommeerde wetenschappers ter wereld op het gebied van dierenwelzijn.

Pijnlijke aandoeningen

Uit de studie blijkt dat het dwangvoederen hebben de eenden geen controle meer over een aspect van hun bestaan dat nochtans cruciaal is om te overleven: de opname van de juiste hoeveelheden aan voedsel in het kader van een aangepast dieet. Dat gebrek aan controle leidt tot een gebrekkig welzijn. De praktijk van het dwangvoederen komt erop neer dat eenden 12 à 15 dagen lang tweemaal per dag gevoederd worden door middel van een buis die met veel kracht in hun slokdarm wordt geduwd.

Dwangvoedering kan ook letsels veroorzaken aan de snavel, het gezicht, de ogen, de neusgaten, de nek en het bovenste spijsverteringskanaal. Door het dwangvoederen worden de vogels zwaarlijvig, wat leidt tot meestal pijnlijke aandoeningen aan de poten, waardoor ze minder kunnen bewegen. Door de grote hoeveelheid energierijk voedsel worden de eenden bovendien blootgesteld aan grote hittestress. Een groot deel van de tijd zitten ze te hijgen om hun lichaamswarmte te regelen.

Pathologie

Het dwangvoederen veroorzaakt bovendien leverpathologie, in het bijzonder steatose (vervetting van de lever), waardoor de eend een veel groter risico loopt op een vroegtijdige dood. De lever verliest immers zijn vermogen om te ontgiften, en de levercellen raken beschadigd. Aan het eind van de dwangvoederperiode is de lever van een eend liefst 7 tot 10 keer groter dan een normale lever. Professor Donald Broom vult aan: “In vergelijking met controlegroepen blijkt dat gedwangvoederde eenden heel wat gedragsproblemen vertonen die wijzen op een gebrekkig welzijn, zoals een zeer beperkte mobiliteit, lang liggen, minder zelfzorg en zorg voor hun verenkleed, minder sociale interactie en langdurig hijgen.” Het Franse Institut Technique de l’Aviculture maakt gewag van een sterftecijfer tussen 2 en 5%. Die gegevens zijn ongunstig in vergelijking met de sterftecijfers van vleeseenden in ‘gewone’ vetmesterijen, waar het sterftecijfer in de twee weken voor het slachten 0,2% bedraagt.

Met de huidige methodes voor de productie van foie gras wordt slechts voldaan aan drie van twaalf criteria en geen enkele van de welzijnsbeginselen zoals beschreven in het Europese Welfare Quality®-project – bedoeld om welzijn van dieren te beoordelen die gekweekt worden voor consumptie. “Op basis van dit rapport pleit GAIA resoluter dan ooit voor een verbod op dwangvoedering”, besluit Michel Vandenbosch. “Als men zo nodig foie gras wil blijven produceren, dan moet het zonder dwangvoedering gebeuren.”