Onverdoofd slachten: strafrechtelijke immuniteit voor religieuze riten vormt geen probleem volgens UNIA

Onverdoofd slachten: strafrechtelijke immuniteit voor religieuze riten vormt geen probleem volgens UNIA

GAIA reageert: “UNIA onderschrijft een buitensporige interpretatie van vrijheid van godsdienst en bestendigt dierenleed.”

Vrijdag 7 oktober 2016 — Brussel, 7 oktober 2016 – Naar aanleiding van de klacht die GAIA op 7 september jl. heeft neergelegd bij UNIA betreffende de strafrechtelijke immuniteit van moslims en joden inzake onverdoofd slachten - discriminerend en onrechtvaardig volgens GAIA - heeft het Interfederaal Gelijkekansencentrum een standpunt ingenomen. UNIA is van mening dat er geen sprake is van discriminatie wanneer men een dier onnodig doet lijden in naam van een religie of overtuiging.  Het Interfederaal Gelijkekansencentrum wijst GAIA ook op het risico van polarisering in dit maatschappelijk debat. “In de ogen van UNIA, een overheidsinstelling, primeert een buitensporige vorm van vrijheid van godsdienst, die onnodig en vermijdbaar dierenleed veroorzaakt, boven de rechtsstaat. Dit is betreurenswaardig en bijzonder onrustwekkend,” aldus Michel Vandenbosch, voorzitter van GAIA. “Indien GAIA zou inbinden, telkens er sprake is van mogelijke polarisering in een maatschappelijk debat, dan kunnen we onszelf maar beter opheffen.” GAIA vroeg de steun van UNIA om de regeringen aan te zetten tot het opheffen van de aangeklaagde discriminatie en om een einde te maken aan het dierenleed veroorzaakt door onverdoofd slachten. Tevergeefs.

In de 10 pagina’s tellende klacht, zet GAIA uiteen dat enkel moslims en joden strafrechtelijke immuniteit genieten wanneer zij dieren onverdoofd slachten. Niet-joden en niet-moslims riskeren een geldboete en/of een gevangenisstraf tot 6 maanden en zelfs 1 jaar in geval van recidivisme, wanneer zij een dier onverdoofd slachten.

Voor Anthony Godfroid, de advocaat van GAIA, is het standpunt van UNIA onbegrijpelijk: “Het is overduidelijk dat in dit dossier moslims en joden een voorkeursbehandeling krijgen.  Zij worden immers niet onderworpen aan de strafbepaling van de dierenwelzijnswet van 14 augustus 1986, louter omdat er sprake is van een religieuze rite. UNIA lijkt vrijheid van geloof wel bijzonder ruim te interpreteren.”

Volgens Michel Vandenbosch, voorzitter van GAIA, is de reactie van UNIA betreurenswaardig en onrustwekkend. “Een overheidsinstelling is van oordeel dat vrijheid van godsdienst primeert boven de rechtsstaat.  Indien men de logica van UNIA volgt, dan staat het elke staatsburger vrij een dier bewust te doen lijden wanneer het geslacht wordt, telkens men zich beroept op een religieuze rite in het kader van onverdoofd slachten. Dit is nefast voor onze rechtsstaat én voor het dierenwelzijn.”

In haar advies van 19 september 2016 wijst UNIA GAIA ook met de vinger aangaande mogelijke polarisering. “Als wij steeds onze mond moeten houden, telkens wanneer sommigen vrezen voor polarisering kan GAIA, dat volgend jaar 25 jaar bestaat, net zo goed stoppen,” benadrukt Michel Vandenbosch. “Uiteraard zijn we dat niet van plan.” Sinds zijn ontstaan in 1992 streeft GAIA onophoudelijk via maatschappelijk debat naar een steeds betere bescherming van alle dieren die angst en pijn kunnen ervaren. Wrede straatpaardenkoersen, de verkoop van honden en katten op markten, het gebruik van wilde dieren in circussen, leg- en konijnenbatterijen etc. werden dankzij GAIA verboden. Allemaal thema’s die destijds polariseerden.

“Wij eisen dat geen enkele religieuze uitzondering nog langer ingeroepen kan worden om dieren onnodig minutenlang te doen lijden terwijl het technisch perfect mogelijk is om dit dierenleed te vermijden,” onderstreept Michel Vandenbosch. “GAIA kant zich niet tegen welke geloofsovertuiging of  gemeenschap ook maar tegen elke vorm van dierenleed die veroorzaakt wordt een (religieus) gebruik.”

---- Einde persbericht -----